We moeten af van de examendefinitie: twee uur doen alsof het internet niet bestaat

Het doel van ons onderwijs is om leerlingen zich ten volle te laten ontwikkelen. In de veranderende maatschappij waarin technologiee?n elkaar snel opvolgen, wordt er gesproken over 21ste eeuwse competenties die leerlingen moeten verkrijgen om zich in de toekomstige samenleving te kunnen handhaven. Gepersonaliseerd leren wordt daarbij vaak genoemd als een geschikte manier om leerlingen voor te bereiden op de toekomst en geen talent te verspillen. De onderwijspraktijk vraagt om duiding van gepersonaliseerd leren: wat houdt het in, hoe krijgt het momenteel in praktijk vorm en welke evidentie is er vanuit onderzoek over de opbrengsten voor leerlingen. (onderzoeksnotitie gepersonaliseerd leren)

Informatie-overload en hoe daarmee omgaan is een belangrijke leeruitdaging. Kennis komt niet uit het geheugen. Gebruiksroutines daarentegen moeten wel repetitief getraind worden. Dit leidt tot ervaring.

Onderwijs is niet meer weg te slaan van de voorpagina’s van de kranten.

We zijn inderdaad op een punt gekomen dat het tijd wordt om niet alleen de kostprijs van het onderwijs, maar ook methode en inhoud grondig te bekijken. Tot nu toe is het uitgangspunt van onze onderwijsaanpak geheugentraining geweest.

De IT-revolutie, met haar gecreëerde externe geheugencapaciteit en haar zoekmachines, zet deze logica op haar kop. Voor deze onderwijzende generatie zal het nog veel inspanningen vergen om daar constructief mee te leren leven. Het slaat de bodem uit vele (foute) onderwijzende en zelfs professorale gewoontes.

[social_quote duplicate=”yes” align=”default”]We moeten af van de examendefinitie: twee uur handelen alsof het internet niet bestaat.[/social_quote]

In die overgangsperiode vol generatiestress mogen studenten dus geen drinkgeld meer verdienen door hun samenvattingen door te verkopen. Ze zouden zo het auteursrecht van de proffen schenden. Nochtans zijn professoren die in België originele teksten aan hun studenten aanbieden, erg zeldzaam. Meestal zijn de cursussen zelf al samenvattingen van verschillende buitenlandse originelen. De proffen die in hun vakgebied tot de wereldtop-10 behoren, verdienen ongetwijfeld die copyrightbescherming. In alle overige gevallen stel ik voor om, naar analogie met de nieuwe studentenregel, geen geld meer te vragen voor cursusteksten. Het zijn toch ook maar samenvattingen van andermans werk. Een statische/gedrukte samenvatting is geen voorwerp van voortschrijdend inzicht.

Slimme proffen verkopen geen geprinte cursussen, maar een onlinegebruikersabonnement dat een voortdurende update garandeert. Dat is meerwaarde en dat is dus een vergoeding waard. De Facebookpagina van HLN.be kon de evolutie van het onderwijs én van de media niet treffender illustreren.

 


Het hiernavolgende bericht vat precies samen wat er aan de hand is in het onderwijs. Iedereen moet leren samenleven met een generatie jongeren voor wie kennis en inzicht wat anders betekent dan geheugentraining met papegaaienkracht.
“Welke kaart kun je het beste raadplegen als je een vakantieplek zoekt met een kleine kans op regen? Die vraag kreeg een Nederlands meisje van negen op een schooltoets. Ze koos niet de klimaat-, toerisme- of natuurkundige kaart uit het handboek, maar opteerde voor de ‘buienradar’ op het internet. Of hoe ze met één antwoord aantoont hoe verouderd het schoolsysteem is.”


 

Informatie is een startpunt.

Dankzij nieuwe media is deze steeds up-to-date, dynamisch, onmiddellijk beschikbaar en democratisch, want gratis. Kennis waarmee gewerkt wordt, is uniek, waardevol en kostbaar. Dit heeft grote gevolgen. Leraren en proffen moeten af van hun rol als memorietrainers. Informatie-overload en hoe daarmee omgaan is een veel belangrijkere leeruitdaging.

 

Kennis komt niet uit het geheugen.

Gebruiksroutines daarentegen moeten wel repetitief getraind worden. Dit leidt tot ervaring. Leve de studie/werkstages dus. Machines die zichzelf beter kunnen updaten dan de leraar zijn vakliteratuur via boeken kan bijhouden, zijn essentiële instrumenten geworden. Het zijn de potloden van de 21ste eeuw, een instrument waarmee men moet leren werken. Sommige studenten kunnen daar beter mee overweg dan hun professor. Dat is op zich geen schande, want leraren moeten zingevers zijn en voortrekkers van inzicht en analyse. Geen bodybuilders van het geheugen. Alleen zo kunnen ze in deze servicemaatschappij toegevoegde waarde creëren. Column: We moeten af van de examendefinitie: twee uur doen alsof het internet niet bestaat | Jan Callebaut


21e eeuwse vaardigheden


Hoe toets je 21e eeuwse vaardigheden?

http://www.onderwijsvanmorgen.nl/hoe-toets-je-21e-eeuwse-vaardighedenToetsuitslagen. Ze zeggen iets over hoe je ervoor staat. Handig. Van alle leerlingen samen zeggen ze iets over de kwaliteit van het onderwijs op je school. Handig. Ze managen de verwachtingen van je toekomstige werkgever of vervolgopleiding. Handig. Goed dus, dat het Centraal Schriftelijke Examen en de CITO-toets er zijn.Of is dat maar een deel van het verhaal? We leven immers in de 21e eeuw. De alomtegenwoordige turflijsten zeggen niet zo heel veel meer dan hoe je past in het huidige systeem. En over je parate kennis en vaardigheden natuurlijk. Belangrijk, maar in de werkelijkheid van nu, en zeker die van morgen, hebben we daarnaast vooral informatie nodig over hoe we scoren op indicatoren voor succesvol leren en leven, zoals (op afstand) samenwerken, je gemakkelijk aanpassen, creatief denken, authenticiteit, probleemoplossend vermogen en inter- en intrapersoonlijke vaardigheden. Noem het de 21e eeuwse vaardigheden.

Maar nu komt het lastige. Toetsen van wat je goed of fout kunt rekenen is gemakkelijk. Een ‘d’ waar ‘dt’ had moeten staan is gewoon een punt eraf. Met rode pen! Maar hoe toets je 21e eeuwse vaardigheden? Wanneer heb je objectief gezien een 7,5 verdiend voor creativiteit, een 8 voor kritisch denken en een 6 voor probleemoplossend vermogen? Of nog lastiger: hoe weet je wanneer je het voor een specifieke baan of vervolgopleiding gewenste niveau van zelfsturend vermogen hebt bereikt Hoe toets je 21e eeuwse vaardigheden?